Voor weinig, maar niet voor niets!

De eerste gedachten spinsels.

Stel, je komt in het bezit van de restanten van een Regner 99011, voor weinig. Frame, delen van het drijfwerk en de cilinder blokken, een machinistenhuis en het omhulsel van de ketel. That’s all!. Weggooien kan altijd nog. De raderen beginnen te draaien; wat kan ik er mee? Je schets wat, je kijkt eens op Ebay en op andere internet site’s en de kiem is gelegd; we gaan er een “freelance lokje” van bouwen.

Spoor 1, uiteraard kolen gestookt (de neus wil ook wat) en robuust. Met behulp van diverse voorbeelden van locs op het internet, worden schetsen verder uitgewerkt en plannen gemaakt. Daarnaast willen we niet te veel geld uit geven. Dat is al een leuke uitdaging op zich.

Een kolengestookte loc op spoor 1 heeft echter diverse zaken nodig die slecht te integreren zijn in de beperkte afmetingen van het Regner frame. Te denken valt aan de noodzakelijke as-gedreven voedingspomp en de handpomp, de oliepomp (al dan niet mechanisch of verdringer), de vering van de vooras en het onderste gedeelte van de vuurkist. Dit alles in slechts 23 bij 3 cm!!

De keuze viel uiteindelijk op een BR80-achtig model. Een tenderloc, zoals de 99011 ook was geweest. (een loc zonder tender dus!! Wie deze naamgeving ooit bedacht heeft?)

Maar, aangezien ik niet wilde werken met grote watervoorraad tanks naast de ketel en er ook geen zadeltank op wilde, maar wel langere tijden moest kunnen rijden zonder tussentijds te hoeven bijvullen, moest er toch maar een tender achter worden geknoopt.  (Hoe noemen we dit dan? Een tenderloze loc?)

Het gaande werk.

Zoals reeds vermeld, waren slechts enkele delen van het drijfwerk aanwezig. Twee kale cilinderblokken, delen van het drijfwerk, de stoomschuiven en het frame. Eerst maar eens uitzoeken hoe de originele 99011 er uit heeft gezien.

De Regner’s zijn gasgestookt. Ze hebben dan ook geen trek op het vuur nodig. Aangezien ik er een kolenstoker van wilde maken, moest er dus een blazer worden gemaakt en de afgewerkte stoom moest door de schoorsteen worden afgevoerd om tijdens het rijden voldoende trek op het vuur te verzorgen.

De koppeling tussen de cilinders kon daarom niet worden uitgevoerd als bij het origineel. Ik heb gewerkt met 3 T-stukken die in de cilinderblokken gestoken konden worden, en daar dmv vlakdichtende O-ringen tussen worden geklemd tijdens de montage van de blokken tegen de frameplaten. De stoomvoerende T-stukken zijn onderling weer gekoppeld, waarop vervolgens de stoomtoevoerleiding vanaf de regulateur wordt aangesloten.

De 99011 was voorzien van een zg. Walschaerts stoomverdeling. Hiervan misten meerdere delen, die naar origineel voorbeeld (vanaf een foto) zijn nagemaakt. Een prutsklus, want gezien de pietepeuterige afmetingen haast niet te doen op mijn haast antieke freesbank, met een wel heel lompe en erg versleten freestafel. Dus restte mij veel handmatig vijl-, zaag- en slijpwerk.

Op Ebay werden een 4-tal gegoten messing drijfwielen gekocht. Na het afdraaien zijn ze door mij voorzien van de krukpennen. Veel werk allemaal, en zeker gezien het resultaat, niet tevredenstellend. Misschien op termijn toch maar vervangen door mooi originele, maar erg dure, Regner drijfwieltjes.

Een ander uitdaging was de vering van de vooras. Ik kon geen schroefveertjes vinden met de juiste voorspanning en veerconstante. En eigenlijk was daar ook geen plaats voor. Als oplossing heb ik uiteindelijk in de lengte richting tussen de frameplaten een bladveer gemonteerd. Hierop steunt de vooras af. Nog even iets spelen met de voorspanning, hetgeen bij gebruik van een bladveer gemakkelijker werkt als bij gebruik van schroefveren, en klaar.

Voor de reeds gefabriceerde en geplaatste asgedreven voedingspomp was, mede vanwege de tussen het framedoorlopende en direct achter de as gelegen vuurkist, echter geen plaats meer. Deze kan ik misschien in een volgend project weer gebruiken.

 Klik op foto voor groot formaat

 Knippen en plakken.

 

Het is heel belangrijk dat de verhoudingen van een locomotief kloppen. Het bestaande machinisten huis was schaal 1 : 22,5. Dus te groot voor Spoor 1. Maar heel mooi gemaakt en zeker (gedeeltelijk) bruikbaar. Dus aan de slag met schaar, karton en lijm. Knippen en plakken dus. Kijken wat er te maken was uit het bestaande machinisten huis. Als voorbeeld diende het machinisten huis van een BR80. Dus niet al te recht en te groot, en vanaf de taille schuin naar binnen lopend. Na veel schets, teken, denk, knip en plakwerk, ontstond er uiteindelijk een huisje en daarmee een modelletje waar ik wel tevreden over kon zijn.

Het origineel werd rigoureus uit elkaar gesoldeerd, waarna met name de zijkanten in hoogte zijn ingekort en op de taillelijn iets naar binnen zijn gezet. De voor en achterzijde zijn uit messingplaat gezaagd en samen met de zijwanden tot één geheel gesoldeerd. Restte nog het dak, een redelijk eenvoudig klusje.

 Klik op foto voor groot formaat

De tenderloc in deels kartonnen uitvoering.

Keteltje met kolenstook.

Een eerder gebruikt ontwerp van Henk Bunte’s kolengestookte ketel van zijn Casper was me goed bevallen. Simpel maar doeltreffend. Enig meetwerk leerde me dat deze ook zou moeten kunnen passen in dit locje. Om de waterinhoud zo groot mogelijk te houden en daarmee de rijtijden zo lang mogelijk, heb ik gekozen voor een relatief grote diameter ketel in verhouding tot de afmetingen van de loc. De machine krijgt daardoor een robuust uiterlijk.

Klik op foto voor groot formaat

Om dezelfde reden heb ik de lengte van de ketel zolang mogelijk gehouden, dat wil zeggen; net zolang als het beschikbare frame. Een voordeel hiervan is dat het stoken kan plaatsvinden door het openen van de vuurdeur in de achterwand van het machinistenhuis. En nadeel is dat er in het machinistenhuis wel erg weinig ruimte overbleef voor de noodzakelijke appendages. De turret is direct op de ketel gesoldeerd, waarop vervolgens het pijlglas, de manometer, de regulateur, en de blazerkraan konden worden gemonteerd. De bypasskraan paste nog net naast de ketel in het huis. Met deze zaken reeds gemonteerd moest het machinistenhuis nog kunnen worden geplaatst. De binnenafmeting hiervan was dan ook leidend voor de plaatsing van de componenten.

 Klik op foto voor groot formaat

Om een en ander af te werken zijn de zandkist, schoorsteen en stoomdom van de originele Regner ketelbekleding verwijderd en op de nieuwe ketel gesoldeerd. Daarnaast zijn er enkele ketelbanden geplaatst en een RVS handrail over de lengte van de ketel. Helaas blijkt de schoorsteen na het spuitwerk en de montage van de ketel op het frame, iets scheef te staan. Dat zal een ander wel niet storen, maar als je het zelf hebt gedaan valt het je iedere keer weer op. Moet er dus toch nog maar een keertje weer af!

De mechanische voedingspomp en het oliereservoir.

Aangezien er zoals gezegd, tussen de frameplaten, absoluut geen plaats meer was voor de mechanische voedingspomp, is deze niet gemonteerd. Een zwaktebod vind ik zelf. Bunte liet me later zien hoe hij het in zijn “Casper” heeft opgelost. Plaats hem gewoon buiten de frameplaten, onder het machinistenhuis. En drijf het aan vanaf de kruktap van het achterste drijfwiel. Isse simpel! Eeh ja, dat kan ook. Was ik even niet op gekomen! Ik had me volledig blind gestaard op een plaats tussen het frame, of eventueel in de tender. Maar dat kan in de praktijk dan weer gaan slippen.

Klik op foto voor groot formaat

Het oliereservoir voor de broodnodige smering heb ik uitgevoerd als horizontaal liggende tank, rechts naast de ketel boven het rechter cilinderblok. Voor de inregeling van de olie hoeveelheid, is een horizontaal liggende naaldafsluiter aangebracht op het hoogste punt van de tank.

Klik op foto voor groot formaat

Proefstoken met behulp van en Aster Jumbo tender.

De tender.

Mijn allereerste tendertje, behorende bij een HO startsetje van Fleischmann uit de ‘sixties‘, heeft hiervoor model gestaan. Hierin zou tevens de handpomp gemonteerd moeten worden. Als onderstel heb ik een ingekort metalen frame en wielen van een Märklin Maxi wagon gebruikt. De bovenbouw is gemaakt van messing plaat. In vergelijking tot de loc een recht toe recht aan klusje. Ware het niet, dat de boutjes ter bevestiging van het onderstel, die ik al in de onderplaat van de tenderbak had gesoldeerd, er uit vielen tijdens het samen solderen van de tenderbak. Hierdoor was. a; de tender lek (4 mooie gaatjes in de bodemplaat) en b; het samenstellen van boven- en onderbouw was niet meer mogelijk!  De bovenbouw moest dus nog maar een keer uit elkaar, de boutjes weer gemonteerd (nu met zilver) en de tender weer samengesteld.

Klik op foto voor groot formaat

Doetie ut of doetie ut niet?

 

En dan het moment; proef stoken. Na succesvolle tests op perslucht, nu op stoom. (op perslucht lukte dat natuurlijk ook niet de eerste keer, maar dat had de meer ervaren modelbouwer ook niet verwacht)

Na het opstoken van het vuur met in lampolie gedrenkte houtskool en vervolgens met antraciet (met daarin enkele stukjes vetkool voor de neus), liep de stoomdruk al gauw op tot de gewenste 3 bar. Met behulp van een externe fan op de schoorsteen en vervolgens de blazer was er genoeg trek op het vuur. Regulateur open, en............... om u niet langer in spanning te houden, hier het antwoord: hij deed het eerst wel, en toen weer niet. Een vastloper! En wel de stoomverdeler in het linker cilinderblok. Te weinig smering? Verkeerde (negatieve) speling? Daarnaast bleek na enige tijd de blazer verstopt.

Toch wel iets teleurgesteld, het vuur gedoofd.

Maar; dat hoort er waarschijnlijk allemaal bij. “Het moet ook niet te gemakkelijk zijn, anders gaat iedereen stoom locomotieven bouwen”. Een uitspraak van een voormalige baas, die mij altijd is bij gebleven. Hij had het echter over de ontwikkeling van de moderne HR-combi ketels. Iets waar je ook wel een boek over vol kan schrijven!

Een en ander is, vele uurtjes later, na nog wat fijn slijperij, vooral tav het verkrijgen van voldoende trek op het vuur tijdens bedrijf en de benodigde afstel- en afdichtwerkzaamheden, toch nog goed gekomen. Ook op de baan blijkt de lok goed in de hand te houden en maakt ruim voldoende stoom.

Het blijkt echter in de praktijk een water zuiper. Hier wreekt zich waarschijnlijk het ontbreken van een oververhitter en het feit dat de stoom niet vanuit een stoomdom wordt betrokken, maar direkt vanaf de ketel boven de vuurkist. Er wordt veel water meegesleept in de stoom. Hierdoor is het ontbreken van de mechanische asgedreven waterpomp een extra gemis.

 

 

 Klik op foto voor groot formaat

Quanta kosta?  

Of te wel; wat heeft dat dan toch nog gekost allemaal?  

Drijfwielen van Ebay:                                                        €12,--

Manometer van Regner                                                    €40,--

Syfon tbv manometer                                                        €9,90

Messing hoeklijntjes                                                         €3,70

3 mm koperbuis                                                                  €3,60

Märklin Maxi wagonnetje van Ebay                               €18,--

Ketel delen incl. rooster                                                    €56

Handpomp                                                                          €16,--

Diversen, zoals messingplaat,RVS staf, messing staf, verf, boutjes etc.  €10,--

Totaal:                                                                                  €169.20

Tja, toch nog weer een heel bedrag.  Maar; weer een hele ervaring en een mooie loc, met losse getrokken tender, rijker.

Klik op foto voor groot formaat

Zie voor het levende bewijs voor het goed functioneren van de loc, onderstaande film.

 

      

      

       .