De bouw van een Britannia 4-6-2 (December '08)

 

 

Na de bijna voltooiing van de “scratsch build” BR 23 op schaal 1: 11.3 (spoor 5”) is het tijd voor een ietwat eenvoudiger klus. Na het zien van een aankondiging van de levering van de kit op de website van de Engelse fabrikant “Model Engineers laser” besloot ik een van hun kit’s aan te schaffen, en wel de Britannia in G1.

 

 

Deze Britisch Railways standaard klasse 7, ook wel bekend als de Britannia klasse locomotieven, is de laatste in serie gebouwde Engelse locomotief van het type Pacific (wielopstelling 4-6-2), met mooie grote drijfwielen en een robuust uiterlijk. Een aanwinst op de baan zeg maar. Zie voor meer informatie over deze locomotieven de wikipedia site (http://en.wikipedia.org/wiki/BR_standard_class_7)

 

 

De originele Britannia

 

 

‘Model Engineers laser’ kit’s bestaan hoofdzakelijk uit gelaserde RVS frame en bougie delen en geëtste messing plaatdelen van loc en tender. That’s it! Wielen alsmede gietstukken en andere benodigdheden worden niet mee geleverd. Erg basic zeg maar, een mooie uitgangspositie voor de bouw van een stoom locomotief. Al naar gelang de wens kan de kit worden opgebouwd naar electrische aandrijving of naar stoom traktie. Uiteraard ga ik voor de laatste optie waarbij kolen als brandstof gebruikt gaat worden.

 

 

Op zoek naar gietstukken voor de benodigde wielen blijkt de keuze erg klein. De Engelse firma’s Walsall (http://www.walsallmodelindustries.co.uk) en Wood (http://www.markwoodwheels.co.uk) zijn de enige fabrikanten die ruwe gietstukken als complete wielsets kunnen leveren voor de bouw van spoor 1 locomotieven. Mijn keuze viel op de gietstukken van Walsall, vanwege de relatief lage prijs. De wielen van Mark Wood zijn gegoten mbv de verloren was methode, hetgeen hele mooie maar ook erg dure gietstukken oplevert. Walsall’s wielen daarentegen zijn zand gegoten, ca. 50% goedkoper en mijns inziens mooi genoeg voor hetgeen mij voor ogen staat.

 

 

Ruwe gietstukken van de wielen.

  Aangezien ik enige tijd moest wachten op de betreffende kit, ben ik begonnen met het afdraaien van de wielen. Altijd weer een nauwkeurig en zenuwslopend werkje, dat de nodige aandacht en tijd vraagt. Een foutje is zo gemaakt, hetgeen al gauw een slingerend wiel, of nog erger een geruineerd gietstuk oplevert. Dus; rustig aan, gedachten erbij houden en vooral nauwkeurig werken, dan lukt ook dit wel weer.

 Klik op foto voor groot formaat

 

Voor het afdraaien van de wielen, heb ik onderstaande volgorde aangehouden:

1 span de wielen met de te bewerken vlak richting losse kop in de drieklauw, en draai de voorzijde vlak en boor het asgat.

2 draai, liefst in 1 bewerking, een hulpstuk met gecentreerde bevestigingsbout en meenemer die in het krukpengat/tussen de spaken valt

3 boor, zeer nauwkeurig, de krukpengaten in de drijfwielen

4 bevestig een wiel op het hulpstuk, en draai de achterzijde van de wielen op de juiste dikte af. Draai vervolgens met een profielbeitel het loopvlak en de flens op maat.

 

 Klik op foto voor groot formaat

Herhaal bovenstaand voor de overige wielen met afwijkende maten per wielmaat. Aangezien we de achterzijde van de wielen niet geheel vlak kunnen draaien tot aan het asgat (de bevestigingsmoer zit ons immers in de weg) draaien we alle wielen vervolgens aan de achterzijde vlak. Dit kan gewoon in de drieklauw in een nieuwe opspanning. Eventuele tolaranties van de drieklauw zijn hier niet van invloed op de onrondheid van het wiel. Uiteraard wel zo vlak mogelijk inspannen.

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Na het afdraaien van de wielen heb ik een "quatering jig" gemaakt, bestaande uit twee vierkante stukken RVS plaat. Hierin is exact in het midden een gat aangebracht ter centrering van de wielen, en daarnaast een gat waamee ik de wielen op de plaatjes kan bevestigen dmv een M3 bout in het krukpengat. Na het bevestigen van de wielen, het centreer asje verwijderen en de uiteindelijke as aanbrengen samen met de lagerbusjes en de loctite. Een van de plaatjes 90 graden draaien, en als we nauwkeurig genoeg gewerkt hebben, staan de krukpennen 90 graden verdraaid tov elkaar. Kan het zo simpel zijn?

 

 

 Klik op foto voor groot formaat

 

 

 

 

Gek genoeg was het nog een heel zoekwerk naar de benodigde tekeningen voor de bouw van de loc. In welke schaal dan ook. Email’s naar enkele leveranciers in Engeland werden niet beantwoord, en ook de G1MRA Yahoo group leverde geen uitkomst. Wel natuurlijk plenty foto’s op het internet, zelfs van een complete echte loc in onderdelen (ook heel handig, zie http://fraserker.com/britannia/ ) maar dat is toch niet wat ik zocht. Uiteindelijk vond ik na lang zoeken het boek "Evening Star" by Martin Evans uit 1980, via het internet te koop bij www.Amazon.co.uk. Deze heb ik via een Engelse kennis van mij aan kunnen schaffen voor maar £20.75 incl. verzend kosten. Een koopje! Wel niet helemaal de Britannia, maar wel voor 90%? (hoop ik). De Brit met 5 ipv 3 drijfwielen zeg maar. En niet alleen de tekeningen maar tevens een volledige bouwbeschrijving. Een nadeeltje; alle maten in Engelse inches en voor 3,5" ipv spoor 1. Dus wel enig rekenwerk :-(

 

 

 

 

 

De tender (februari '09)

 

 

van de Britannia is niet meer de eenvoudige bak in bak met vlakke boven- en zijkanten van zijn voorgangers. De zijkanten zijn zowel aan de boven als aan de onderzijde afgerond, en de kolenbunker steekt uit boven de watertank. Ik ben begonnen met de beide bufferbalken en de frame's. Helaas is de kit via Model Engeneers Laser nog steeds niet leverbaar. Dus maar alvast begonnen met de bouw aan de hand de tyekeningen in het boek van Martin Evans.

Voor de bladveerconstructie en de lagerhuizen "axlequides" heb ik witmetalen gietstukjes aangeschaft bij Walsall. De tender wordt dus niet geveerd uitgevoerd, waarbij de doorstekende RVS as-einden in de witmetalen lagerhuizen zijn gelagerd. Speciale aandacht vergt het solderen van deze witmetalen gietstukjes op de messing tender frame's. Gebruik daarvoor een soldeertin met een heel laag smeltpunt (70 C) Veel soldeer hulp is te vinden op de volgende site. http://www.mkmodelbouwstudio.nl/bouwtips.htm#vouwen

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Ondanks dat het geheel wordt samengesteld dmv solderen, heb ik voor de originaliteit M1,2 boutjes en 1 mm klinknagels aangeschaft bij www.microscrews.nl In de zijwanden van de tender zijn in het origineel heel veel klinknagels gebruikt. Dit heb ik in eerste instantie proberen natebootsen door in de 0,5 mm dikke messingzijwanden van binnen uit met een centerpunt 'nep klinknagels' in te slaan. Het moeilijkste hiervan is het precies uitlijnen van de 'nagels' op regelmatige afstand van elkaar. Na enig zoeken vond ik op internet de volgende tip: Neem een zaagblad en span deze op over de van klinknagels te voorziene messing plaat. Zet een centerpunt in een zaagtand, en de regelmatige afstand is nu eenvoudig af te tellen dmv het tellen van de zaagtanden. De nagels komen tevens mooi in lijn te staan. Je moet er maar op komen! Het is op een hulp stukje even oefenen, maar dan is het een fluitje van een cent.

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Voor het draaien van de assen heb ik voor het eerst gebruik gemaakt van een spanhuls ipv de drieklauw. Ideaal!! Het werkt niet alleen veel sneller, maar door de exacte centrering ook veel nauwkeuriger. We zijn immers de tolerantie van de drieklauw kwijt. Dat had ik eerder moeten weten.

 

Klik op foto voor groot formaat

 

 

Het bed op wielen is gereed. Nu er een tender van maken. De zijwanden zijn onder en boven van omgezette delen voorzien met een radius van 5 mm. Het ontbreken van een zetbank heb ik opgevangen door het in de bankschroef inklemmen van de zijwanden tussen twee staalplaten van elk 5 mm dik. Een daarvan had ik van een rondekant voorzien met de gewenste 5 mm radius. Aangezien de messingzijwanden slechts 50,5 mm dik zijn, heb ik ze met de hand gebogen.

 

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Onderframe en bovenstuk nog los van elkaar. De kolenbak blijkt uiteindelijk zeker niet makkelijk om te maken, met zijn verlopende hoeken in de bodemplaat. Maar met geduld.......

 

 

 

Linksachter aanzicht. De zij- en achterkanten heb ik uiteindelijk voor het mooi, toch van echte klinknageltjes voorzien. Dat ziet er toch wel echter uit.

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Rechter vooraanzicht. Het venijn zit hem duidelijk in de staart, nl; het dichtsolderen van de kolenbunker in de buitenste watertank. Moeilijke vormen en kruizende lijnen maakt een goede pasvorm niet makkelijk te realiseren. Maar al passend en metend is eea toch behoorlijk aan de maat, en uiteindelijk ook waterdicht geworden.

 

 

De locomotief (maart '09)

 

 

Helaas zijn er nog steeds geen onderdelen leverbaar van de kit van 'Model Engineers laser'. Aangezien de rookkast en de bufferbalken van de Britannia identiek is aan die van de Evening Star ben ik hier maar mee begonnen.

Daarna is het frame aan de beurt. Zo goed en zo kwaad als het gaat ben ik de frameplaten aan het tekenen aan de hand van foto's op het internet. Zie bijgaande link van een prachtige bouwbeschrijving van een Modelworks kit. http://www.geocities.com/britanniabuilder/index.htm Een spannende klus, want eea moet natuurlijk wel passen.

  

 

Het frame, klaar voor de montage van de assen en wielen.

 

 

Frame van onderen met de al gemonteerde asgedreven voedingspomp.

 

Klik op foto voor groot formaat

 

Na de montage van de wielen en de rookkast begint het al aardig op een locomotief te lijken. Nu komt het gaande werk. Een precisie klus. Gelukkig hoef ik deze niet meer zelf te tekenen aan de hand van foto's vanaf het internet. Een lezer van mijn website die in het bezit was van een complete set tekenigen, heeft ze spontaan voor mij op CD gebrand en ze me toegestuurd! Alsnog heel erg bedankt Sjaak.

 

 

Klik op foto voor groot formaat

 

 

De aandrijving (mei '09)

 

De belangrijkste onderdelen van de aandrijving zijn natuurlijk de cilinderblokken met de stoomschuiven. Aangezien Regner een complete bouwset kan leveren in de maat die redelijk in de buurt komt, is een dergelijk paar aangeschaft. Het setje is uitgerust met vlakke stoomschuiven en is zelfs voorzien van cilinder ontwatering. Ze blijken na montage op het frame echter 3.5 mm te ver naar buiten te staan!! Er is echter gelukkig de mogelijkheid tot 'verdunnen' met 3 mm, waarbij de cilider ontwatering zelfs nog kan worden gebruikt. Door het wegfrezen van dit teveel aan vlees is de breedte nagenoeg aan de maat.

 

 

De, na de 'verdunningskuur', gemonteerde cilinderblokken van Regner.

 

 

Het begint er op te lijken. De cilinderblokken zullen nog moeten worden aangepast, zodat ze qua uiterlijk gaan lijken op de exemplaren van de Britannia. Ook de koppelstangen zijn reeds gemonteerd en in de wielen zijn de contragewichten aangebracht. Het smeerolie reservoir (verdringerprincipe) is direkt achter de bufferbalk geplaatst.

Met enige tegenzin ben ik begonnen aan de vele onderdeeltjes van de echt werkende 'Walschaerts' sturing. Van de twee kruiskoppen is er reeds een op het kerkhof beland! Er zal nog wel meer bijkomen.

 

 Het is toch wel heel erg pietepeuterig ivm de 5" BR23.

 

 

Het "kwarteren" van de wielen.

 

 

Al naar gelang de onderdelen heb ik diverse materialen gebruikt. De koppel- en drijfstangen zijn van alluminium, de scharen, kruiskoppen en kruiskop-geleiders van messing en de rest van de onderdeeltjes zijn van RVS gemaakt. De messing delen zullen later worden gezwart. Ook de drijf en koppelstangen zullen zwart worden ingekleurd. De grote valkuil bij het maken van dit fijne spul, is dat je de toleranties te klein neemt. In de praktijk blijkt eea dan door de interne wrijving, te zwaar te 'gaan'. Er is na montage nog heel wat passen en meten, fijnslijpen en ruimen van de verschillende draai- en glijpunten en vervolgens afstel werk nodig voordat het lekker loopt.

 

't hele spul gemonteerd.

 

 

Testen op perslucht (september '09)

 

De eerste test was een grote teleurstelling. Ik had gedacht dat, na al het werk, het toch in ieder geval wel iets zou draaien. Misschien hier en daar een zwaar punt of slechts bij 6 bar, maar niets? Nou ja, af en toe een kwart slag. Eerst de boel maar eens gangbaar maken en laten inlopen. Daartoe heb ik een mechanisch aan te drijven (boormachine) testblok gemaakt.

 

Het testblok met de rubberen aandrijfrol

 

Om de stoomschuiven goed te kunnen afstellen heb ik een plexiglazen schuifkastdeksel gemaakt. Nu is eea ook te testen met perslucht waarbij direkt de exacte stand van de schuiven is te controleren.

 

De rechter cilinder met plexiglazen topplaat tbv de afstelling van de schuiven

 

 

 

 

De kolengestookte ketel (juli '09)

 

Voor de afwisseling van het kleine spul, tussendoor alvast met de ketel begonnen. De koperen ketel, met een buitendiameter van rond 54 mm en een totale lengte van 300 mm, zal weer van het reeds eerder door mij gebouwde type zijn met een gewelf dak van de vuurkist en met enkelvoudige, dus niet water gekoelde, vuurkist zijwanden. Voor een betere warmteafvoer heb ik de zijwanden deels dubbel uitgevoerd. Hiertoe dienen de opengevouwen ketelwand delen ter plaatse van de vuurkist. De in eerste instantie gedachte 5 vlampijpen van 10/8 mm blijken door de vereiste lange lengte van de ketel, een verkeerde lengte diameter verhouding te hebben. (berekening volgens van Riemsdijk) Uiteindelijk 2 vlampijpen van rond 15/13 mm gekozen (waterleidingbuis)

 

 

Kijkje in de vuurkist met zijn gewelfd dak en de 2 vlampijpen.

 

De "open gevouwen" ketelwand dienen als zijwanden

 

Het vuurrooster krijgt echter een dubbele breedte (deze zit bij de Brit dan ook niet tussen de frameplaten) en wordt 50 x 60 mm. Volgens Verouden te groot voor een G1 loc, maar mijn Aster C 62 blijkt er goed op te werken, dus.......de tijd zal het leren. (I keep my fingers crossed)

 

En dan eindelijk (juni '11) is het zover. Met behulp van Arend Pannekoek, de ketel gesoldeerd. Er zit weer schot in de zaak.

 

 

 

 

Wordt vervolgd.